Op dit moment heeft Radio Veronica Nederland volgehangen met posters. Gewone buitenreclame zou je zeggen. NEE. De posters worden niet opgehangen in de objecten die daarvoor zijn (abri’s, billboards, reclameframes), maar ze worden illegaal op lege muren, viaducten, prullenbakken, steigers en energiehuisjes geplakt. Waarom moeten we ons daar zo druk over maken? In diverse grote steden zien we een toename van wildplak en kunnen we zelfs wel spreken van een ‘wapenwedloop’. Naar onze mening is dit geen houdbare situatie die zelfs helemaal uit de klauwen kan gaan lopen als er niets tegen gebeurt.

  1. Verrommeling van de openbare ruimte

Als ieder bedrijf dat wil adverteren onze (!) openbare ruimte als vrije plakplaats gaat beschouwen, worden we alleen nog maar omringd met commerciële boodschappen. De adverteerder zal haar posters niet zelf verwijderen, zodat na een paar dagen en weken dezelfde ruimte overgeplakt zal worden of er nog rommeliger uit zal gaan zien. En er vindt geen recycling van oude posters plaats.

  1. Ontoelaatbaar gedrag van de adverteerder (Veronica)

Bij Veronica zijn ze misschien trots op hun wat rebelse houding, maar er is geen enkel argument te bedenken waarom deze adverteerder op een goedkope manier probeert op te vallen. Ja het zijn leuke marketing termen waarmee de aanbieders hun diensten onder de aandacht brengen, guerrilla, streetwise en urban, maar het is gewoon vernieling van de openbare ruimte. Wellicht gestimuleerd door een mediabureau of het wildplakbedrijf is Veronica deze richting ingegaan. Er is echter geen enkele noodzaak om wild te plakken, de beschikbaarheid van goede en betaalbare buitenreclame is groot.

  1. Nederlandse gemeenten, doe er zelf ook wat aan!

Het bekladden is in elke gemeente verboden (APV), maar daar moet wel op gehandhaafd worden. Zijn er al gemeenten die Veronica een claim gestuurd hebben om de openbare ruimte schoon te maken? Waarom meten gemeenten met twee maten: de reguliere exploitanten moeten financiële afdrachten betalen voor gebruik van de openbare ruimte voor hun reclameproducten, maar de gemeente doet meestal niets aan wildplak (argument is vaak ‘geen prioriteit’, ‘geen budget voor handhaving’). Waarom verplicht een gemeente de exploitant in slechte tijden (Corona!) dan wel hun afdracht te betalen, maar doen ze zelf niets aan de handhaving?

  1. Adverteerders en mediabureaus doe er ook wat aan!

Op dit moment is het Veronica die het meest opvalt, maar door het jaar heen zijn het diverse adverteerders (zelfs A-merken) die zich schuldig maken aan deze illegale praktijken. Het lijkt ons een taak voor de branchevereniging BVA om de illegale clubs hierop aan te spreken (lastig waarschijnlijk). En mediabureaus (verantwoordelijk voor het grootste deel van de reclamecampagnes) zouden zich naar onze mening moeten conformeren aan normale regels en geen wildplakbedrijven zoals Reality Outdoor (voor zover wij gehoord hebben verantwoordelijk voor de campagne van Veronica), Wildplakkenstunter (“WildplakkenStunter is het goedkope alternatief voor abri-campagnes”) meer inschakelen. Dan vermindert het vanzelf.

Vanaf maandag 3 mei is in de Amsterdamse metrostations geen reclame meer te zien voor auto’s die rijden op fossiele brandstoffen of vliegtickets tegen dumpprijzen. Amsterdam is de eerste stad van Nederland die reclame voor fossiele producten uit het straatbeeld wil weren. De gemeente en reclame-exploitant CS Digital Media hebben daarover een convenant gesloten.
De gemeente wil dat Amsterdam een stad is waar zuinig met energie wordt omgesprongen. Een stad waar energie alleen duurzaam wordt opgewekt en waar grondstoffen en materialen oneindig worden hergebruikt. Het college wil de CO2-uitstoot in Amsterdam met 55% terugdringen in 2030. Reclame die in de stad te zien is, moet een afspiegeling van die ambitie zijn. Daarom wil het college met reclame-exploitanten afspraken maken over het terugdringen van reclame voor fossiele producten in de openbare ruimte.
Op het digitale netwerk van de Amsterdamse metro is dus geen reclame voor fossiele olieproducten voor de aandrijving van motoren en machines meer te zien. Ook reclames voor voertuigen die worden aangedreven door fossiele brandstoffen worden geweerd. Voor vliegmaatschappijen is het niet meer toe gestaan dumpprijzen voor vliegreizen te melden. Het is juridisch gezien niet mogelijk om bedrijven die reclame willen maken in de metrostations helemaal te weren. Dit kan alleen op productniveau. De gemeente heeft aangekondigd ook met andere exploitanten in de stad in gesprek te gaan over het weren van reclame voor fossiele producten.
Burgerinitiatief ‘Verbied Fossiele Reclame’
In 2020 startte een ‘burgerinitiatief voor een wettelijk verbod op fossiele reclame‘. In diverse grote steden is het college gevraagd maatregelen te nemen om dat verbod ook handen en voeten te geven. Burgerinitiatief Reclame Fossielvrij liet direct weten blij te zijn met ‘deze eerste maar belangrijke stap’. Amsterdam is de eerste gemeente die maatregelen neemt. Coördinator Femke Sleegers: ‘De beslissing om fossiele reclame uit de metro te weren komt op een cruciaal moment in de strijd tegen de klimaatontwrichting. We hebben geen tijd meer te verliezen om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Daar passen geen reclames bij die fossiele brandstoffen normaal houden en die klimaatverandering verérgeren.’
Impact op de buitenreclamebranche
Voor fossiele brandstoffen wordt zeer weinig geadverteerd (we zien nauwelijks reclame voor Shell benzine, BP motorolie etc), zodat de maatregel op dit moment meer signaalpolitiek is dan een echt effect sorteert. Het verbod om geen reclame meer te voeren voor goedkope vliegtickets heeft een groter effect, want in de afgelopen jaren hebben verschillende grote campagnes gelopen. Maar waar wordt de grens gelegd voor een goedkoop vliegticket? Valt een goedkope pakketreis daar dan ook onder?
Branche reageert kritisch en terughoudend
(overgenomen uit Adformatie)
Reactie Bond van Adverteerders (BVA)
De BVA is weliswaar positief over de ambitie van ‘Amsterdam’ om een stad te zijn waar zuinig met energie wordt omgesprongen, maar noemt het verbod een willekeurige maatregel. ‘Ook als adverterend bedrijfsleven delen wij de zorg om het klimaat en investeren wij in oplossingen. Maar wij zien niet in wat een lokaal verbod op marketing voor bepaalde producten hier wezenlijk aan bij kan dragen’, zegt directeur Henriette van Swinderen. ‘Wij denken dat maatregelen als deze hun doel voorbijschieten en geloven meer in de kracht van landelijke zelfregulering. Als industrie werken wij voortdurend samen aan de ontwikkeling en optimalisering van de gedegen en in de maatschappij verankerde zelfregulering onder de koepel van de Nederlandse Reclamecode. Zo wordt de Milieureclamecode op dit moment geëvalueerd in overleg met de stakeholders binnen Stichting Reclamecode.’
Reactie JCDecaux
Managing director Hannelore Majoor van JCDecaux is niet blij met de maatregel. ‘We zijn al dertig jaar partner van de hoofdstad en we dragen een groot deel van onze inkomsten af aan de gemeente. Eerder werd al bewegend beeld op buitenreclame verboden, maar daar wordt niet op gehandhaafd. JCDecaux is de enige partij die zich daar aan houdt en de financiële gevolgen voelen we dagelijks. En nu komt deze maatregel er overheen.’ Majoor begrijpt niet dat in tijden dat haar branche ‘onder zeer grote druk’ staat Amsterdam tot een dergelijk convenant overgaat. ‘Wij hebben de gemeente gevraagd met ons in gesprek te gaan over compensatie voor de gevolgen van covid-19. De gemeente wil een eventuele compensatie bespreken maar wel in combinatie met een gewenst verbod op reclame voor fossiele producten. Wij vinden dat ongepast. We beschouwen zo’n verbod ook als een vorm van censuur. Het is niet onze rol om een beslissing te nemen over communicatie voor producten die niet verboden zijn. Ontwikkeling van technologie voor elektrische auto’s wordt gefinancierd door de traditionele auto. Bovendien zijn we in Nederland nog helemaal niet zover dat we 1 juli allemaal elektrisch zouden kunnen rijden, al zouden we willen.’
Nog meer verboden in opkomst?
De druk van de publieke opinie en sommige politieke partijen op het verbieden van bepaalde vormen van (buiten)reclame wordt steeds groter. Jaren geleden werd tabaksreclame verboden, reclame voor alcoholhoudende producten volgde via zelfregulering en we zien ook steeds vaker dat gemeenten reclame voor seksrelateerde producten en diensten onmogelijk wil maken. Maar daar blijft het niet bij, Amsterdam ondersteunt bijvoorbeeld actief de Alliantie Stop kindermarketing, waarbij reclame voor voeding specifiek gericht op kinderen niet toegestaan is. Het is wachten op volgende verboden, denk aan reclame voor alle suikerhoudende producten , reclame voor vliegreizen in het algemeen, reclame voor mobiele telefoons (straling 5G netwerken). En ga zo maar door. Buitenreclame is een medium dat voor iedereen zichtbaar is, maar zouden dit soort verboden dan ook doorgevoerd gaan worden op alle reclame (ook op Internet, televisie etc)? Tot waar willen we dat de censuur doorgevoerd gaat worden?

In Rotterdam worden de laatste weken de digitale schermen op bijzondere wijze ingeschakeld, zoals de campagne van Blijdorp en de inzet van digitale schermen bij het opsporen van verdachten van de rellen.

Na de vertoning van beelden van verdachten in opsporingsprogramma’s werden nog zeven mensen opgepakt, meldde de regionale omroep Rijnmond. Volgens de politie zijn er nog veel relschoppers op vrije voeten. De foto’s van de onlusten zijn onder meer te zien in supermarkten en op metershoge reclamezuilen langs de weg en bij trein- en metrostations.

Succesvol dus, zo blijkt althans uit een tweet van de politie:

De exploitanten van (digitale) buitenreclame laten deze dagen weer heel goed zien hoe sterk dit medium is. Er wordt onmiddellijk ingehaakt op de weersomstandigheden. Mooie inhakers van bijvoorbeeld Heineken, Unox, Jagermeister en Chocomel waren te zien bij JCDecaux en Exterion Media.

Ocean Outdoor wil wederom de retailers een hart onder de riem steken in deze moeilijke periode. Na het MKB Steunfonds in 2020, lanceert Ocean per direct de Click&Collect campagne. Vanuit de Click&Collect gedachte mogen retailers vanaf 10 februari eindelijk de deuren onder strikte voorwaarden openen zodat klanten hun bestellingen kunnen afhalen. Het is belangrijk dat alle consumenten weten welke retailketens open zijn voor Click&Collect. Ocean start daarom een grote Click&Collect campagne op haar schermen waarbij retailers zich met hun logo kunnen verbinden aan de campagne. Ocean zet hiervoor dagelijks wisselend 30 groot formaat digitale schermen in verdeeld door heel Nederland, zowel langs snelwegen alsook in stadscentra. Een retailer die zijn logo verbindt aan de Click&Collect campagne bereikt daar mee dagelijks bijna 100.000 consumenten.

Lock-down of niet, we blijven reizen. We moeten de kinderen naar school brengen, boodschappen afhalen via click & collect, mantelzorg gaat gewoon door. En velen moeten gewoon toch naar hun werk. Iedereen ziet het op straat, tot 21 uur is het gewoon nog steeds druk, bijna Japanse drukte in de Rotterdamse metro.
De buitenreclamemarkt leeft van contacten. In de eerste golf van maart 2020 daalde het aantal passanten dramatisch, waarna er langzamerhand verbetering optrad totdat in de zomer het aantal reizigers weer een opwaarts patroon liet zien. 2,2 miljoen reizigers per week maken alweer gebruik van de metro in Amsterdam en Rotterdam. De toename van reizigers en passanten tijdens de huidige lockdown laten een veel sneller herstel zien, waardoor ook een sneller herstel van de buitenreclamemarkt mogelijk moet zijn.
De foto van de Rotterdamse metro geeft misschien een wat vertekend beeld, maar duidelijk is dat in Rotterdam (stad van werkers) de daling aanzienlijk minder is dan in Amsterdam. Natuurlijk verklaarbaar door het vertrek van de toeristen.
Laten we hopen dat we snel weer op ‘normale’ niveaus terugkeren.
Op basis van de mobiliteitstrends zoals deze door Apple gemeten worden, zien we het volgende beeld voor geheel Nederland (situatie t.o.v. 13 januari 2020):

Bron: COVID‑19 – Mobility Trends Reports – Apple Apple Mobility toont het relatieve aantal aanvragen voor routebeschrijvingen per land/regio, subregio of stad in vergelijking met een referentieaantal aanvragen (ijkpunt is 13 januari 2020).

De bestedingen aan buitenreclame (Out-of-Home/OOH en Digital Out Of Home/DOOH) zijn in 2020 met 35% gedaald. De omzet bleef op € 137,2 miljoen steken. In 2019 werd nog € 211,2 miljoen omgezet. De daling is volgens Outreach, de overkoepelende organisatie van OOH-exploitanten, volledig toe te schrijven aan de maatregelen rond COVID-19. Deze zorgden vanaf half maart voor een sterke afname van de mobiliteit van de Nederlanders, waardoor adverteerders minder ‘buitencampagnes’ lieten ontwikkelen.
Outreach is een samenwerkingsverband van Nederlandse buitenreclame-exploitanten. De cijfers van Outreach zijn afkomstig van hun 7 leden en veel andere exploitanten, namelijk Centercom, Clear Channel, Exterion Media, JCDecaux, Ocean, OV Media, Hillenaar Outdoor, CS Digital Media, Blow-up, OOHA Media, Bereik.nl en Schiphol Media. Deze bedrijven richten zich primair op de landelijke adverteerders van merken en diensten. Een aantal exploitanten van A0-reclame, lichtmastreclames en kleinere producten zijn echter niet opgenomen in de registratie. Naar verwachting (maar hier worden geen cijfers over gepubliceerd) zijn de reclamevormen die zich richten op tijdelijke evenementen nog zwaarder getroffen.
Uit de cijfers van Outreach blijkt dat de grootste daling in het tweede kwartaal zat. De bestedingen zakten toen met maar liefst 67% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2019. Na een relatieve verbetering in Q3 met een daling van slechts 25%, als gevolg van de versoepeling van de corona-maatregelen, laat Q4 met -29% weer een sterkere daling in de omzet zien.
De verhouding tussen traditionele OOH en digitaal is in 2020 gelijk gebleven met onderweg kleine schommelingen per kwartaal. Uiteindelijk ging bijna € 90 miljoen naar traditioneel en iets meer dan € 47 miljoen naar digitaal. Dat is een verhouding van 65% tegen 35%.
Eric Kip, voorzitter Outreach en CEO van Exterion Media voorziet nog geen herstel van de markt zolang Nederland in een lockdown zit. Tegelijkertijd wijst hij op het feit dat er buiten nog steeds voldoende massa te bereiken is: “Exploitanten kunnen, met dank aan beschikbare data, het daadwerkelijk bereikte publiek ook goed inzichtelijk maken en adverteerders voor een afname op transparante wijze compenseren. Hiermee blijft buitenreclame juist ook in coronatijd een aantrekkelijk medium.”

De branche-organisatie van de grootste buitenreclame exploitanten (Outreach) geeft in een persbericht haar visie op de trends en wil vanzelfsprekend 2020 zo snel mogelijk achter zich laten (wie niet?). Maar Outreach is positief: Eén ding staat vast, de omzetten zullen toenemen ten opzichte van 2020.
Wat brengt 2021 voor (digital) out of home, afgekort (D)OOH en wat zijn de belangrijkste trends?  De impact van het coronavirus op de (D)OOH-branche is in termen van omzet dramatisch te noemen, maar het heeft wel voor een versnelling van de digitale transformatie gezorgd. Programmatic buying heeft zich binnen DOOH in 2020 sneller ontwikkeld dan de jaren daarvoor en die versnelling zal zich in 2021 verder doorzetten. Flexibiliteit, kwaliteit van data en het in kaart brengen van mobiliteit zijn daarbij essentieel. Maar er zijn meer trends voor (D)OOH in 2021. Een overzicht.
Groei inventory (aantal reclamevakken/ objecten)
In 2021 zullen steeds meer branchevreemde partijen hun inventory op de markt gaan brengen. Het zijn veelal kleinere netwerken gericht op specifieke doelgroepen. Supermarkten, openbaar vervoersbedrijven en sportclubs zijn daar goede voorbeelden van. De behoefte aan standaardisatie en branche-afspraken neemt hiermee toe.
Regelgeving
In dat verlengde kan ook de toename van regelgeving voor vergunningsverlening van digitale schermen in de publieke ruimte en langs snelwegen worden genoemd. De branche moet nadenken over een zelfregulering met betrekking tot het plaatsen van schermen en de minimale technische specificaties waaraan schermen moeten voldoen. Dit alles om wildgroei en overlast te minimaliseren en daarmee de toename van negatieve sentimenten tegen te gaan.
Een ongelimiteerde groei van de inventory wordt door de branche per definitie als niet wenselijk geacht. Het werkt vooral kannibalisatie en prijsdruk in de hand. Het is in ieders belang (zowel van concessieverleners als exploitanten) om de voorraad op een gezond niveau te houden met daaraan gekoppeld een hoog kwaliteitsniveau.
Kwaliteit data en personeel
Ongeacht de ontwikkeling van digitaal ten opzichte van analoog, data gaat in beide segmenten een steeds belangrijkere rol spelen. Voor (massa-) bereiksdata geldt het al dan niet vernieuwde buitenreclame onderzoek (BRO) nog steeds als currency, maar daarbuiten zijn talloze andere databronnen beschikbaar om de planning, modelling en inzet van (D)OOH te rechtvaardigen en te ondersteunen. Dat kan variëren van actuele mobiliteits- en bereiksdata tot conversiedata op basis van targeting op zowel landelijk- als locatieniveau.
De ontwikkeling van digital en programmatic zorgt ervoor dat de planning van (D)OOH-campagnes niet meer exclusief is voorbehouden aan de OOH-planner. Online planners zullen steeds vaker te maken krijgen met (D)OOH als platform in plaats van of naast online video. Dat vergt ook een verhoogde mate van kwaliteit van de planners en systemen waarmee zij werken. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de exploitanten.
Adverteerder wil impact en flexibiliteit
Ondertussen zullen adverteerders blijven zoeken naar het creëren van impact bij een groot publiek. Dat stelt hoge eisen aan de creatieve mogelijkheden van (D)OOH dat naast continue zichtbaarheid en het realiseren van massabereik in staat moet zijn om maatwerk te leveren voor specifieke campagnes. Tegelijkertijd heeft de coronacrisis geleerd dat adverteerders meer flexibiliteit willen bij de inzet van hun campagnes. Dat is een van de redenen dat programmatic versneld een vaste positie heeft gekregen als middel voor de inzet van DOOH-campagnes.

Na de laatste nieuwsberichten van onthoofdingen, steek- en schietpartijen en mishandelingen roept exploitant Brouwer & Partners via haar digitale media op tot verdraagzaamheid. Ook een kracht van digitale buitenreclame!

A.Ermers, directeur van Brouwer & Partners: “ In deze tijden waarin steeds meer geweld en extremisme de kop opsteken, voelden we de noodzaak voor een tegengeluid, op al onze digitale schermen door het hele land.”

Als je door een veganist onderzoek laat doen naar de ‘kwalitatieve opbrengsten’ van vlees ligt het onderzoeksresultaat vooraf vast. Deze gedachte kwam bij ons op toen we het advies lazen dat op 23 oktober 2020 door het College van Rijksadviseurs gepubliceerd is. De persoonlijke aversie van Benno Strootman (Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving) tegen grootschalige reclamemasten leidde tot een -ons inziens- persoonlijk pamflet en niet tot een gefundeerd en onafhankelijk onderzoek.
NABB adviseert sinds 2004 meer dan 175 gemeenten en andere overheidsinstellingen in Nederland en België op het gebied van buitenreclame (marktverkenning, reclamebeleid, aanbestedingen). Onze visie is gebaseerd op deze langdurige ervaring.
Conclusies & voorstel tot dialoog
Het advies en de aangedragen stellingen stroken niet met de waarheid. Onze belangrijkste conclusies zijn de volgende:
Via de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn zaken goed geregeld. Al of niet voortvloeiend hieruit zijn partijen (gemeenten, provincies, exploitanten, Rijkswaterstaat) al vaak met elkaar in dialoog op welke wijze reclame in de maatschappij (on)mogelijk is.
De vormgevingseisen en plaatsingscriteria zijn geregeld in het bestemmingsplan, Bouwbesluit, welstandsnota’s en het reeds bestaande afwegingskader van Rijkswaterstaat (de zogenaamde slagboomcriteria). Een verdere dialoog tussen gemeenten, provincies, exploitanten en Rijkswaterstaat is echter zeker zinvol. Want op basis van dat overleg kunnen gemeentes voor reclameposities op haar grond via haar aanbestedingsvoorwaarden mogelijk verbeterde eisen en criteria opstellen.
Gemeenten dienen naar onze mening deze verantwoordelijkheden te behouden, zij zijn namelijk zelf goed in staat te bepalen hoe hun openbare ruimte ingericht wordt. En opbrengsten realiseren via de verhuur van grond. Het zal iedereen duidelijk zijn dat gemeenten financieel in zwaar weer verkeren en (extra) inkomsten hard kunnen gebruiken.
Het groeiende aantal (illegale) reclameobjecten op privaat terrein en kantoren is naar onze mening een veel groter probleem dan de goed gereguleerde reclamemasten op gemeentelijk grondgebied.
Het ‘pamflet’ is te vinden op de website: ‘Wat doet dat daar (advies over lichtmasten in het landschap)
Er worden vijf adviezen gegeven aan de ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken:

  1. Breng de huidige reclamemasten en andere reclamedragers in kaart.
  2. Ontwikkel een reclamebeleid voor de snelwegomgeving.
  3. Verbied nieuwe reclamedragers in de snelwegzone.
  4. Verbied de digitalisering van de bestaande reclamedragers.
  5. Handhaaf de bestaande regels.

Visie NABB
De adviezen van het college van Rijksadviseurs zijn gebaseerd op een aantal stellingen, welke wij hieronder tegen het licht houden.
A. Reclame rukt op en met name de snelweg wordt steeds meer een commerciële omgeving
Het aantal door gemeente vergunde reclameobjecten daalt de laatste 20 jaar significant (minder vrijstaande reclamevitrines, minder billboards). In 40 jaar tijd is het aantal commerciële reclamemasten gegroeid tot in totaal meer dan 120. In diezelfde periode is het aantal nieuwe snelwegen overigens sterk(er) gegroeid. Het aantal nieuwe masten groeit jaarlijks niet of nauwelijks (de komst van nieuwe reclamemasten wordt gecompenseerd doordat ook reclamemasten verdwijnen). Plannen voor nieuwe locaties sneuvelen vaak door ruimtelijke voorschriften.
De snelweg als commerciële omgeving wordt met name gevoed door de aan de snelweg ontwikkelde bedrijventerreinen, fastfood strips, restaurants, pick-up points van supermarkten, auto- en meubelboulevards (zie The Wall A2 Utrecht) met haar bedrijfsreclames en de vercommercialisering van de verzorgingsplaatsen (van de Rijksoverheid zelf). De begroting van veel gemeenten bevindt zich in zwaar weer en er wordt gezocht naar aanvullende inkomsten. Reclame-inkomsten uit een reclamemast kunnen daar een bijdrage in leveren. Een andere overweging voor een gemeente is dat een reclamemast als landmark kan fungeren voor een gemeente zelf dan wel de (bedrijfs)activiteiten in een regio.
B. De digitalisering van buitenreclame heeft een tweeledig negatief effect: door de beeldwisseling kunnen boodschappen niet meer ontlopen worden en ze stralen meer licht uit en dus meer opvallen.
Aan de digitalisatie kleven volgens de adviseur grote bezwaren, maar wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Een persoonlijke aversie wordt met persoonlijke argumenten omkleed, terwijl juist het wetenschappelijke kader ontbreekt. De voordelen van digitalisatie worden nergens genoemd. Reclamemasten in het bijzonder hebben tegenwoordig een grotere (maatschappelijke) functie dan alleen de reclame. Ze worden door telecombedrijven (onzichtbaar) gebruikt om een goed landelijk communicatienetwerk te garanderen voor omwonenden, passanten en hulpdiensten. Ze zijn uitgerust met camera’s voor bewaking van de (verkeer)veiligheid door o.a. de VID en Rijkswaterstaat. De digitale schermen zijn gekoppeld aan nationale alarm netwerken zoals Amber Alert en NL Alert. Ze worden gebruikt voor crowd control relevante informatie waarmee steden nu al bezoekers en supportersstromen reguleren. Smart city achtige toepassingen. En natuurlijk, ze worden als communicatiemiddel gebruikt voor reclame en door de overheid zelf om maatschappelijke relevante issues te communiceren zoals Corona campagnes.
Digitale schermen stralen overigens (mits goed ingesteld) veel minder (strooi) licht uit dan de aangelichte reclames (circa 30 cd/m2 versus 90 cdm2). Op heel veel locaties gaat in de nacht de verlichting uit. Alle reclamemasten van de commerciële exploitanten voldoen aan de eisen van de NSVV ten aanzien lichthinder (een onafhankelijk instituut die met de Richtlijn Lichthinder juist een duidelijk werkbaar kader geschapen hebben).
Door de digitalisatie is er sprake van een grote vermindering van productie en ontzorging van PVC reclamedoeken en de logistieke handling door installatiebedrijven. Daarmee wordt een aanzienlijke CO2 reductie gerealiseerd.
Het zijn juist de illegaal geplaatste schermen die een smet werpen op de professioneel opererende reclamebranche. In dat kader is NABB het eens met het advies dat gemeenten actiever moeten gaan handhaven. Wij onderschrijven dat het bij veel gemeenten ontbreekt aan effectieve handhaving. Bedrijven plaatsen illegaal (ook vaak digitaal) borden op eigen terrein, aan panden of in weilanden. Wellicht dat de eerste druk op een openbare ruimte verlaagd kan worden door het uitoefenen van effectieve handhaving.
C. Wereldwijd groeit het maatschappelijk verzet tegen reclame in de openbare ruimte en het zijn steden die daarbij het voortouw nemen.
Dit is niet correct. Wij verwijzen naar een artikel op NABB van 1 mei 2020 (‘Rebellen tegen reclame‘) waar wij specifiek op dit onderwerp ingaan. Verder is het goed om te weten dat het aantal reclameobjecten in Nederland traditioneel veel lager is dan in de meeste omringende landen.
D. Als het steden lukt om de commerciële aanslag op de aandacht te verminderen, mag het landschap niet achterblijven. Juist in een landelijke omgeving moeten de strengst denkbare restricties gelden.
De reclamemasten zijn volgens de geldende procedures gerealiseerd. Vroeger hadden we in Nederland de Wet Ruimtelijke Ordening en de Woningwet. De omgevingsvergunning heette toen bouwvergunning en moest ook toen voldoen aan het bestemmingsplan. En afwijken van het bestemmingsplan via bijvoorbeeld artikel 19 WRO ging – net zoals nu – ook niet zo maar. De bouwplannen van reclamemasten (in landelijke gebieden) moeten net zoals ieder ander bouwwerk getoetst worden aan het bestemmingsplan. De grootste wettelijke zorgvuldigheid zit in het bestemmingsplan van de gemeente. De reclamemast moet daar aan voldoen. Als dat niet het geval is, kan er alleen in het geval van een goede ruimtelijke ordening van het bestemmingsplan worden afgeweken. Toetsing aan bijvoorbeeld provinciale verordening, welstandsnota’s en beoordeling door welstandscommissie komen in dergelijke gevallen dan ook in beeld.
 
 

De gevolgen van de corona-crisis zijn voor de buitenreclamebranche ongekend. In het derde kwartaal van 2020 daalde de omzet met 25% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2020. Year-to-date ligt de omzet nu 37% lager dan in 2020. Tot voor een paar weken geleden bestond de hoop dat het vierde kwartaal weer wat herstel zou kunnen laten zien, maar de komst van de tweede golf belooft echter niet veel goeds. Normaliter is de omzet in het vierde kwartaal het hoogst, zodat naar alle waarschijnlijkheid de jaaromzet van alle deelnemende exploitanten nog scherper zal dalen.
Outreach voorzitter Eric Kip meldt in het persbericht: “Helaas hebben we gezien dat out of home ook in het 3e kwartaal nog steeds sterk onder druk stond. Dit ondanks het feit dat Nederland tijdens de zomervakantie massaal in eigen land op vakantie is geweest en iedereen buiten uitgebreid heeft kunnen genieten van het heerlijke weer. Het is duidelijk dat de tweede golf Covid-19 besmettingen een verdere negatieve impact op het jaarresultaat zal hebben. Hoe groot het negatieve effect precies zal zijn is op dit ogenblik nog niet in te schatten.”
Outreach meldt dat het aandeel van traditionele buitenreclame (dus analoge posters) licht gestegen is van 63% naar 67%. Een opvallende trendbreuk, omdat sinds 2015 het aandeel van digitale buitenreclame steeds sterk steeg. Een mogelijke verklaring (visie NABB) is dat vanaf dit jaar de omzet op NS niet meer meegenomen wordt in opgaves van Outreach en zoals bekend was een significant deel van de digitale omzet afkomstig van de schermen op NS stations.
Bron: persbericht Outreach 23 oktober 2020