Van nutsobject naar reclamemedium
Nieuwe reclamevorm vraagt aandacht van gemeenten
Wie door een Nederlandse stad of dorp loopt, ziet ze overal: elektriciteitskasten, telecomkasten, VRI-kasten en andere technische voorzieningen van netbeheerders, telecombedrijven en andere nutsbedrijven. Een deel van deze objecten wordt al jaren gebruikt voor buitenreclame. Daarbij wordt doorgaans een reclamepaneel of frame op of rond de kast aangebracht.
Een nieuwe ontwikkeling maakt deze vorm van buitenreclame aanzienlijk zichtbaarder. Centercom Buitenreclame introduceerde onlangs de zogenoemde City Cube, waarbij niet alleen een reclameframe wordt aangebracht, maar het nutsobject zelf grotendeels of volledig onderdeel wordt van de reclame-uiting. Volgens Centercom gaat het om ruim 16.000 beschikbare nutsobjecten verspreid over Nederland. Daarmee ontstaat feitelijk een nieuwe categorie binnen de lokale buitenreclamemarkt. En dat roept ook vragen op voor gemeenten.
Van reclameframe naar volledig bestickerde kast
Reclame op nutsvoorzieningen is niet nieuw. Op veel plaatsen zijn al reclameframes te vinden op elektriciteitskasten en andere technische objecten. Centercom is daarvan een belangrijke exploitant, naast enkele andere aanbieders die hiervoor meestal een contract sluiten met de eigenaren van deze nutsvoorzieningen.
Bij City Cubes wordt een stap verder gegaan. De reclame kan de gehele kast bedekken of op meerdere zijden van de kast worden aangebracht. Visueel is het verschil aanzienlijk. Waar een traditioneel reclameframe nog duidelijk herkenbaar is als een afzonderlijke reclamedrager op een technisch object, wordt bij volledige bestickering het nutsobject zelf de reclamedrager.
Ook commercieel lijkt sprake van een andere positionering. De City Cubes worden aangeboden voor perioden vanaf twaalf maanden en zijn volgens Centercom onder meer bedoeld voor merkpositionering, werkgeversprofilering, vestigingspromotie en lokale zichtbaarheid. Het relatief toegankelijke budget wordt expliciet als voordeel genoemd. Daarmee komt deze vorm van reclame nadrukkelijker in het marktsegment waarin ook lichtmastreclame, rotondereclame en andere vormen van lokale buitenreclame actief zijn. Denk bijvoorbeeld aan een restaurant, autobedrijf, makelaar, sportschool of andere lokale onderneming die gedurende langere tijd zichtbaar wil zijn in de directe omgeving van de vestiging.
Wie bepaalt eigenlijk wat er op een nutsobject mag?
Voor gemeenten zit juist hier een interessante beleidsvraag. Veel van deze objecten zijn geen eigendom van de gemeente. Ze behoren bijvoorbeeld toe aan een netbeheerder, telecombedrijf, waterschap of andere derde partij. Dat betekent echter niet automatisch dat de gemeente geen invloed heeft op de reclame die erop wordt aangebracht. De objecten staan immers veelal in de openbare ruimte en de reclame-uitingen hebben invloed op het straatbeeld. Afhankelijk van het gemeentelijke omgevingsplan en de daarin of gedurende de overgangsfase nog geldende lokale regels kan sprake zijn van regels of vergunningvereisten.
In de praktijk zien wij dat gemeentelijk reclamebeleid lang niet altijd expliciet antwoord geeft op de vraag wat op nutsvoorzieningen wel en niet is toegestaan. Traditionele reclamecategorieën zoals abri’s, mupi’s, billboards, A0-reclame, lichtmastreclame en gevelreclame zijn vaak uitgebreid beschreven. Reclame op objecten van netbeheerders en andere derden valt daar regelmatig tussenin.
Zolang het om een relatief klein reclameframe gaat, blijft de ruimtelijke impact doorgaans beperkt. Maar wanneer een complete kast wordt gewrapt en meerdere zijden als reclamevlak worden gebruikt, wordt die impact groter.
Een interessante ontwikkeling, maar ook een beleidsvraagstuk
Vanuit commercieel perspectief is de ontwikkeling begrijpelijk. Er staat in Nederland een groot aantal nutsobjecten op vaak aantrekkelijke locaties. De City Cubes bevinden zich volgens Centercom onder meer in buurt- en stadscentra en langs doorgaande wegen. Campagnes kunnen daardoor lokaal, regionaal en landelijk worden ingezet.
Ook kan exploitatie voordelen hebben voor het beheer van de objecten. Centercom geeft bijvoorbeeld aan de City Cubes ieder kwartaal te controleren op vervuiling, beschadigingen, graffiti en begroeiing en waar nodig schoon te maken of te herstellen. Maar voor gemeenten is de relevante vraag breder dan of één afzonderlijke City Cube acceptabel is.
Wat gebeurt er wanneer deze vorm van reclame op grote schaal wordt toegepast?
Juist de omvang maakt de ontwikkeling interessant. Centercom spreekt over meer dan 16.000 beschikbare locaties in Nederland. Wanneer een substantieel deel daarvan commercieel wordt benut, ontstaat een nieuw en zeer fijnmazig buitenreclamenetwerk in de openbare ruimte. Dat kan gevolgen hebben voor de gewenste beeldkwaliteit, maar ook voor de bestaande lokale reclamemarkt. Een volledig bestickerde elektriciteitskast kan immers concurreren met andere vormen van langdurige lokale reclame waarvoor gemeenten vaak wél uitgebreid beleid hebben opgesteld en soms ook concessies of overeenkomsten hebben gesloten.
Welke mogelijkheden heeft de gemeente?
Dat een nutsobject eigendom is van een derde betekent niet dat de gemeente geen mogelijkheden heeft om reclame daarop te reguleren. De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen aan reclame-uitingen die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Daarbij kunnen bijvoorbeeld voorwaarden worden gesteld aan de omvang, vormgeving, locatie, verlichting en ruimtelijke uitstraling van reclame. Ook kan voor bepaalde vormen van handelsreclame een vergunningplicht gelden. Daarnaast kunnen regels over het uiterlijk en de beeldkwaliteit van bouwwerken een rol spelen. Afhankelijk van het object en de wijze waarop de reclame wordt aangebracht, kunnen ook regels voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen relevant zijn. Gemeenten doen er daarom goed aan om in hun reclamebeleid en omgevingsplan expliciet te bepalen of en onder welke voorwaarden commerciële reclame op nutsobjecten is toegestaan.
Tijd om reclamebeleid tegen het licht te houden?
NABB ziet City Cube daarom vooral als aanleiding voor gemeenten om opnieuw naar hun reclamebeleid te kijken. Daarbij kunnen bijvoorbeeld vragen aan de orde komen als: welke nutsobjecten mogen voor commerciële reclame worden gebruikt, hoeveel reclameoppervlak is aanvaardbaar, mag een kast volledig worden bestickerd of alleen worden voorzien van een afzonderlijk frame, welke locaties zijn vanuit verkeersveiligheid of ruimtelijke kwaliteit minder geschikt, welke inhoudelijke reclamebeperkingen gelden en hoe verhoudt deze exploitatie zich tot andere commerciële reclamevormen binnen de gemeente?
Ook is relevant wie verantwoordelijk is voor toestemming, toezicht en handhaving wanneer de gemeente geen eigenaar van het object is. De ontwikkeling laat daarmee iets zien wat we vaker tegenkomen bij buitenreclame: nieuwe commerciële concepten ontwikkelen zich sneller dan het gemeentelijke reclamebeleid. Dat hoeft geen reden te zijn om dergelijke innovaties tegen te houden. Het is wél een goede reden om vooraf duidelijk te bepalen welke plaats ze binnen de openbare ruimte mogen innemen.
Voor gemeenten is daarom vooral één vraag relevant: past het bestaande reclamebeleid nog bij een situatie waarin niet alleen gemeentelijke reclamedragers, maar ook duizenden objecten van derden zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige commerciële buitenreclamemedia?
NABB adviseert diverse Nederlandse gemeenten over reclamebeleid en ondersteunt hen bij het opstellen en actualiseren daarvan.




©NABB














